Print deze pagina

Communicatieproblemen met school?

02 February 2014

Slim en perfectionistisch


Dat kan ik niet! – over perfectionisme, faalangst en straalangst.

"Schrijf regelmatig een artikel om van je te laten horen" zeggen deskundigen wanneer ze je vertellen hoe je je website en jezelf moet promoten. En hoewel schrijven me nooit veel moeite heeft gekost, ik schrijf namelijk graag, zit ik nu met een probleem. Nu ik van mezelf móet, blijft de inspiratie regelmatig uit. Ik zit soms dagen naar een leeg scherm te turen. Er borrelen wel wat ideetjes in me op maar die vormen zich niet tot hele zinnen, laat staan tot een samenhangend verhaal. En hoe meer ik denk aan dat artikel dat op mijn scherm moet komen, hoe harder ik blokkeer.

Faalangst

Kinderen met faalangst zijn bang dat ze niet aan de verwachtingen kunnen voldoen. Verwachtingen die de buitenwereld aan hen stelt, maar ook verwachtingen die ze zélf hebben.

We onderscheiden verschillende vormen van faalangst:

  • Cognitieve faalangst - angst die vooral te maken heeft met het schoolse leren. Het kind is bang om te falen bij het reproduceren van kennis of het toepassen van vaardigheden.
  • Sociale faalangst - angst om afgewezen of negatief beoordeeld te worden door mensen die belangrijk zijn voor het kind.
  • Motorische faalangst - angst om fouten te maken bij het uitvoeren van fysieke handelingen, bijvoorbeeld bij vakken als gym, tekenen maar ook bij knutselen of fietsen.

Cognitieve, sociale en motorische faalangst kunnen ook in combinatie met elkaar voorkomen. Een kind dat bang is om een onvoldoende te halen voor een overhoring ("ïk ken niet alle woordjes") kan bij een mondelinge beurt helemaal dichtklappen ("wat denkt de rest van de klas wel niet van me als ik een fout maak?"). Dit kind heeft last van cognitieve en sociale faalangst.

Faalangstige kinderen hebben een negatief of zwak zelfbeeld. Dat hoeft echter niet altijd en overal tot uiting te komen. Een kind dat in de ene situatie onzeker en angstig is, kan in een andere situatie juist voldoende zelfvertrouwen laten zien. Wanneer er niets gedaan wordt aan de faalangst, kan deze zich uitbreiden naar andere vakken of situaties. Een kind kan dan in een neerwaartse spiraal terecht komen en steeds faalangstiger worden. 

Negatieve faalangst

Veel hoogbegaafde kinderen leren op de basisschool niet dat je moeite moet doen om dingen te leren. Ze hebben maar zelden faalervaringen. De stof komt ze min of meer aanwaaien en zo 'leren' ze dat succes te maken heeft met hun eigen competentie ('ik kan het gewoon'), niet met hun inspanningen. Ze denken ook dat eventueel falen (fouten maken, iets niet weten) te maken heeft met die competentie ('ik kan het nou eenmaal niet').
Een kind dat niet geleerd heeft om verband te leggen tussen inspanning en resultaat, beseft niet dat leren een proces is. Dat je meestal verschillende stappen moet zetten om ergens te komen.

Het kind ziet het einddoel (bijvoorbeeld een opstel over een bepaald onderwerp) voor zich en stelt tegelijkertijd vast dat hij daar nog lang niet is. Zijn beeld van 'daar' is een perfect eindproduct. Maar dat verhaal staat nu eenmaal niet in tien minuten op papier. Vervolgens zegt hij dan "ik kan het niet" of "het lukt niet". Hij blokkeert en er komt niets uit zijn handen.
Want inderdaad, dat perfecte eindproduct heb je niet zomaar neergezet. Daar is tijd voor nodig. Je moet eerst bedenken wat je gaat doen, hoe je het gaat aanpakken, wat je daarvoor nodig hebt. Dan ga je aan de slag. Misschien maak je tussendoor foutjes, moet je eens wat bijschaven, extra hard nadenken. Allemaal dingen die een slim kind het gevoel kunnen geven dat hij faalt.

Kinderen met negatieve faalangst presteren als gevolg van hun angst om te falen duidelijk minder dan op basis van hun capaciteiten van ze verwacht mag worden.

Positieve faalangst

Het is een vreemd mechanisme, maar sommige kinderen met faalangst gaan juist beter presteren. We praten dan over positieve faalangst. De druk om te presteren is zo groot, dat ze meer inspanning gaan leveren en daardoor tot hogere prestaties komen.
Deze kinderen worden lang niet altijd herkend, want op school wordt vooral zichtbaar dat er altijd prima tot bovengemiddelde cijfers gehaald worden. Maar dat wil niet zeggen dat het kind geen last kan hebben van zijn faalangst. Want ook dit kind leeft voortdurend met de angst dat hij niet kan wat er van hem gevraagd wordt.

Straalangst

Dan zijn er ook nog kinderen die hun doel als het ware onbereikbaar maken door de lat voor zichzelf enorm hoog te leggen. Zij zijn zo perfectionistisch dat eigenlijk niets wat ze doen door henzelf goed genoeg bevonden wordt. Ze zijn nooit tevreden over hun eigen werk.

Zo’n kind kijkt naar de eigen doelen en concludeert “dat kan ik niet”. De poging om dan dat doel te bereiken, wordt zonder veel overtuiging ondernomen. Want ach, hij weet eigenlijk al bij het begin dat het niet gaat lukken. Of hij onderneemt helemaal niets want dat heeft eigenlijk toch niet zoveel zin. Hij weet immers al dat het doel niet haalbaar is.

En als hij die lat onverhoopt tóch bereikt, is dat ook eng. Want stel je voor dat je alsnog faalt? Of, misschien nog wel erger, stel je voor dat je succes hebt! Dan wordt er misschien van je verwacht dat je vaker op dit niveau presteert. En hoe weet je nu of dat gaat lukken? Hoe weet je nu of je dit niveau kunt vasthouden? Dat weet je niet, dus je schuift de lat nog een stukje hoger. Verzint nog wat eisen waar je voor jezelf aan moet voldoen. Zodat het doel nét buiten bereik blijft. En je angst dat je er niet bij komt, bewaarheid wordt.

Stap voor stap

Het kan helpen om kinderen met faal- of straalangst te laten zien dat je niet in één keer je einddoel hoeft te bereiken. Dat je niet foutloos hoeft te werken. Dat je niet perfect hoeft te zijn.
Sven Kramer kon niet spontaan schaatsen zoals hij nu doet, hij heeft eindeloos geoefend en getraind om op dit niveau te komen. Zo werd hij steeds een beetje beter. Rembrandt maakte allerlei schetsen voordat hij aan een schilderij begon. Papa en mama hebben rijles gehad om auto te leren rijden. Allemaal voorbeelden van mensen die tussenstapjes nodig hadden om hun doel te bereiken.

Wanneer je voor je kind inzichtelijk maakt dat de weg naar een bepaald doel niet rechtstreeks van A naar B hoeft te lopen maar ook via tussenstops bij C-D-E kan gaan, wordt die weg overzichtelijker en dat kan het een stuk van de zelf-opgelegde druk bij je kind wegnemen.

Terwijl ik mijn inleiding schreef, besefte ik ineens wat mijn probleem was. Ik blokkeerde omdat ik alleen aan dat einddoel kon denken: Het Artikel. Toen ik me begon te realiseren dat ik mag nadenken, schrappen en herschrijven, verdween het probleem en kwamen de woorden.

 



Volgende pagina: Over HB gericht